Een heerlijk gerecht, vegetarisch, dus wordt wederom op veel Hindoestaanse feesten geserveerd. Althans, vegetarisch want ik doe er geen ei in maar sommige meeste mensen wel. Hoofdingrediënten zijn cassave en kokos. Makkelijk te maken, iedere keer als ik het sta te maken denk ik: “Pakje van dit, blikje van dit en klaar is kees”. Bojo is wel de volgende dag lekkerder om te eten, maar dan wel op kamertemperatuur, ik vind het niet lekker als het koud is en net uit de koelkast komt. Bojo moet een lekker zachte structuur hebben. En (niet geheel onbelangrijk) vooral lekker veel smaak. Een beetje romig van smaak zou je haast kunnen zeggen.
Toen ik klein was kreeg ik overal bojo met krenten en rozijnen en vooral veel kaneel te eten. Ik voeg alleen maar een vleugje kaneel toe. Mijn variant is zoooveeel lekkerder als dat. Vooral omdat ik niet van rozijnen hou, die heb ik dus ook vervangen door amandelstaafjes, deze zorgen ook voor een lekkere bite in de bojo. Mijn “geheime” ingrediënt is custard, dit zorgt voor een mooie gele kleur van de bojo. Ik heb nu een halve kilo cassave gebruikt, maar als je veel eters verwacht kun je de hoeveelheden natuurlijk ook gewoon verdubbelen. Met dit recept kun je ongeveer 24 stukken maken. Bojo is wel vrij machtig, dus ik zou de stukken niet te groot maken.
